De druk op mijn borst voelt steeds zwaarder,
ik voel me machteloos, onbegrepen, ongezien.
Het klokje van de mantelzorg tikt rustig verder,
voor extern overleggen verdienen ze een tien.
Rapporten worden er geschreven,
significante vooruitgang zelfs gemeld.
Helaas wordt er niet verder dan de voordeur gekeken,
dan stonden ze- met al hun overleg- vast versteld.
Terwijl de regels grondig worden bestudeerd,
is de conclusie dat er geen enkel hokje past.
Daarom maar weer iemand anders vragen,
diegene weet het antwoord vast.
En weer moet er worden gesproken,
het verhaal voor de zoveelste keer verteld.
Stapels papieren nogmaals ingeleverd,
juiste hulp, dat is het enige wat telt.
Ontelbare gesprekken en na het verstrijken der jaren,
blijven hulpverleners - over regels - met elkaar in gesprek.
Onder hun toeziend oog staat het water me tot aan de lippen,
terwijl zij praten gaat mijn zorg onverminderd door, is dat niet gek?
